Zelf een financieel plan maken: compleet stappenplan voor België
Geschreven door Milan Balemans | Financieel planner & oprichter van OTR
Laatst gecontroleerd op 25-09-2026
Zelf een financieel plan maken begint niet bij Excel, maar bij duidelijke en onderbouwde aannames over je onderneming. Breng eerst je activiteiten, investeringen en financiering in kaart. Bouw daarna een realistische verkoopprognose, kostenraming, resultatenrekening, cashflowplanning en balans. Controleer ten slotte of je voldoende geld hebt om minstens de eerste twee jaar te overbruggen en test wat er gebeurt wanneer je omzet lager of je kosten hoger uitvallen. Voor de oprichting van een Belgische BV moet het plan bovendien aan specifieke wettelijke vereisten voldoen.
In deze gids leer je stap voor stap hoe je zelf een financieel plan opstelt, welke cijfers je nodig hebt en welke fouten je moet vermijden.
Inhoudsopgave
Wat is een financieel plan?
Een financieel plan vertaalt je ondernemingsidee naar cijfers. Het laat zien hoeveel geld je nodig hebt om te starten, welke omzet en kosten je verwacht, wanneer je winstgevend wordt en hoe je banksaldo evolueert.
Een volledig financieel plan bestaat doorgaans uit:
een overzicht van de investeringen en opstartkosten;
de financieringsbronnen;
een verkoop- of omzetprognose;
een raming van de vaste en variabele kosten;
een geprojecteerde resultatenrekening;
een cashflowplanning;
een openingsbalans en geprojecteerde balansen;
een toelichting bij de gebruikte aannames;
waar relevant: een aflossingstabel, break-evenanalyse en scenarioanalyse.
Deze onderdelen hangen met elkaar samen. Als je verkoopprijs, verkoopvolume of betalingstermijn verandert, heeft dat niet alleen invloed op je omzet, maar mogelijk ook op je voorraad, btw, cashflow, financieringsbehoefte en balans.
Een financieel plan is daarom geen verzameling losse tabellen. Het is één samenhangend rekenmodel waarmee je controleert of je onderneming financieel haalbaar is.
Wanneer heb je een financieel plan nodig?
Een financieel plan kan verschillende doelen hebben. Het doel bepaalt welke onderdelen en mate van detail nodig zijn.
Bij de oprichting van een vennootschap
In België is een financieel plan wettelijk verplicht bij de oprichting van onder meer een BV, CV of NV. Voor een eenmanszaak geldt die oprichtingsverplichting niet, maar ook daar is een plan bijzonder nuttig.
Bij een BV moet je vóór de oprichtingsakte aantonen dat het aanvangsvermogen toereikend is voor de voorgenomen activiteit gedurende minstens twee jaar. Het plan wordt aan de notaris overhandigd en door de notaris bewaard.
Het financieel plan is slechts één onderdeel van de oprichting. Bekijk ook alle stappen om een vennootschap op te richten.
Bij een lening of financieringsaanvraag
Een bank of andere kredietverstrekker wil weten waarvoor je de financiering gebruikt en of je voldoende terugbetalingscapaciteit hebt. Een plan voor een kredietaanvraag bevat daarom meestal ook:
een duidelijk investeringsoverzicht;
het bedrag en de bestemming van de gevraagde lening;
je eigen inbreng;
een rente- en aflossingstabel;
de maandelijkse cashflow na aflossingen;
verschillende scenario’s en financiële buffers.
Lees ook hoe je een lening voor een startende onderneming voorbereidt.
Voor intern inzicht en financiële sturing
Ook zonder wettelijke verplichting of financieringsaanvraag is een financieel plan waardevol. Je gebruikt het dan om vragen te beantwoorden zoals:
Hoeveel moet ik maandelijks verkopen?
Welke verkoopprijs heb ik nodig?
Wanneer bereik ik mijn break-evenpunt?
Kan ik een medewerker, voertuig of machine betalen?
Hoeveel cashbuffer heb ik nodig?
Wat gebeurt er wanneer klanten later betalen?
Een financieel plan is in dat geval geen eenmalig document, maar een stuurinstrument dat je regelmatig vergelijkt met de werkelijke resultaten.
Wat moet wettelijk in een financieel plan voor een BV staan?
Voor een Belgische BV omschrijft het Wetboek van vennootschappen en verenigingen de minimale inhoud. Het plan moet minstens de volgende elementen bevatten:
- Een beschrijving van de voorgenomen activiteiten
- Een overzicht van alle financieringsbronnen bij de start
- Een geprojecteerde Wint-Verliesrekening voor minstens 2 jaar
- Een openingsbalans en geprojecteerde balansen na 12 en 24 maanden
- Een geprojecteerde Cashflowplanning voor minstens 2 jaar
- Een toelichting van de gebruikte aannames en hypothoses
- Indien van toepassing, de naam van de externe deskundige die heeft geholpen
Een vast wettelijk sjabloon is niet opgelegd. Het rekenmodel en de presentatie mogen dus verschillen, zolang alle vereiste informatie aanwezig is en de cijfers coherent zijn.
Wil je meer details lezen? Bekijk onze post over de wettelijke vereisten van een financieel plan voor BV, CV en NV.
Hoe zit het met oprichtersaansprakelijkheid?
Een financieel plan voor een BV is geen vrijblijvende formaliteit. Gaat de vennootschap binnen drie jaar na de oprichting failliet en blijkt dat het aanvangsvermogen bij de start kennelijk ontoereikend was om de geplande activiteit gedurende minstens twee jaar normaal uit te oefenen, dan kan een rechtbank de oprichters geheel of gedeeltelijk aansprakelijk stellen voor de schulden.
Een faillissement binnen drie jaar betekent dus niet automatisch dat je persoonlijk aansprakelijk bent. Er wordt onder meer gekeken naar de informatie en redelijke verwachtingen op het moment van de oprichting, de kwaliteit van de aannames en de vraag of het ontoereikende aanvangsvermogen heeft bijgedragen aan het faillissement.
Juist daarom moet je omzet niet kunstmatig hoog zetten om een positief resultaat te tonen. Een voorzichtig, controleerbaar en goed gedocumenteerd plan is sterker dan een optimistische prognose zonder onderbouwing.
Twijfel je nog over je ondernemingsvorm? Lees dan de vergelijking tussen een eenmanszaak en vennootschap.
Mag je zelf een financieel plan maken?
Ja. Je bent niet verplicht om je financieel plan door een boekhouder, accountant of financieel adviseur te laten opstellen. Als oprichter blijf je wel verantwoordelijk voor de informatie en aannames in het plan.
Zelf een financieel plan maken is vooral haalbaar wanneer:
je bedrijfsmodel relatief eenvoudig is;
je één of enkele producten of diensten verkoopt;
je kosten en investeringen duidelijk kunt inschatten;
je basiskennis hebt van Excel en financiële begrippen;
je voldoende tijd neemt om de samenhang tussen resultatenrekening, cashflow en balans te controleren.
Professionele ondersteuning is verstandiger wanneer je meerdere inkomstenstromen, personeel, voorraad, grote investeringen, buitenlandse activiteiten of complexe financieringen hebt. Ook bij een belangrijke leningaanvraag kan een externe controle zinvol zijn.
Wie zelf wil rekenen, kan starten met het financieel plansjabloon voor België. Het voordeel van een gekoppeld Excel-model is dat wijzigingen in je aannames automatisch doorwerken in de verschillende financiële overzichten.
Begin niet in Excel, maar bij je bedrijfsmodel
Een goed rekenmodel kan een onduidelijk bedrijfsmodel niet oplossen. Voor je bedragen invult, moet je minstens weten:
welk product of welke dienst je aanbiedt;
wie je klant is;
welk probleem je oplost;
hoe klanten je vinden en aankopen;
hoe je prijs is opgebouwd;
welke middelen je nodig hebt om te leveren;
welke capaciteit of verkooplimiet je hebt;
wanneer klanten en leveranciers betalen.
Zonder die basis zijn cijfers vooral gokwerk. Een omzet van €150.000 zegt bijvoorbeeld weinig wanneer niet duidelijk is hoeveel klanten, producten of factureerbare uren daarvoor nodig zijn.
Vertaal je bedrijfsmodel daarom naar meetbare parameters. Een dienstverlener kan rekenen met het aantal opdrachten, uren per opdracht en gemiddelde prijs. Een webshop vertrekt eerder van bezoekers, conversieratio, gemiddelde bestelwaarde en retourpercentage.
Zelf een financieel plan maken in 10 stappen
Stap 1: bepaal het doel en de periode van je plan
Bepaal eerst waarom je het plan maakt:
oprichting van een BV;
aanvraag van een lening;
aantrekken van een investeerder;
interne haalbaarheidsanalyse;
opvolging van een bestaande onderneming.
Voor een Belgische BV moet het wettelijke plan minstens twee jaar bestrijken. In de praktijk biedt een periode van 36 maanden vaak meer inzicht, omdat opstartkosten, groei en financieringsaflossingen dan beter zichtbaar worden.
Werk bij voorkeur maandelijks, zeker voor de eerste twee of drie jaar. Een jaarprognose kan een tijdelijk cashtekort verbergen. Je kunt op jaarbasis winstgevend zijn en toch in maand vier zonder geld vallen.
Stap 2: beschrijf je activiteiten en uitgangspunten
Omschrijf concreet wat je onderneming doet en hoe ze inkomsten genereert. Vermeld minstens:
de producten en diensten;
de doelgroep en geografische markt;
het verkoopkanaal;
de verkoopprijzen;
de capaciteit en personeelsbehoefte;
de belangrijkste leveranciers;
seizoenseffecten;
betaaltermijnen;
geplande startdatum en groeifasen.
Deze beschrijving vormt de basis van je hypotheses. Schrijf niet alleen dat je “geleidelijk groeit”, maar leg uit hoeveel klanten of verkopen je per maand verwacht en waarom.
Stap 3: maak een investeringsoverzicht
Noteer alles wat je nodig hebt om te starten of uit te breiden. Maak onderscheid tussen investeringen, opstartkosten en werkkapitaal.
| Categorie | Voorbeelden |
|---|---|
| Materiële investeringen | machines, voertuig, computer, meubilair, inrichting |
| Immateriële investeringen | softwareontwikkeling, licenties, overnamewaarde |
| Eerste voorraad | handelsgoederen en grondstoffen vóór de eerste verkoop |
| Opstartkosten | notaris, advies, branding, website, vergunningen |
| Waarborgen | huurwaarborg of andere geblokkeerde bedragen |
| Cashbuffer | middelen om de eerste negatieve maanden te overbruggen |
Verwerk investeringen niet automatisch volledig als kost in de eerste maand. Duurzame bedrijfsmiddelen worden doorgaans over hun gebruiksduur afgeschreven. De betaling beïnvloedt wel onmiddellijk je cashflow, tenzij de investering wordt gefinancierd of gespreid betaald.
Stap 4: bepaal je financieringsbehoefte en financieringsbronnen
Bereken hoeveel middelen nodig zijn om de investeringen, opstartkosten en eerste cashtekorten te financieren. Breng daarna de bronnen in kaart:
eigen inbreng in geld;
inbreng in natura;
banklening;
achtergestelde lening;
lening van een aandeelhouder of familielid;
leasing;
leverancierskrediet;
subsidies of andere steun;
externe investeerder.
Maak duidelijk welke bedragen al zeker zijn en welke nog moeten worden goedgekeurd. Een verwachte lening mag niet als beschikbare financiering worden behandeld wanneer de kredietverstrekker nog geen akkoord heeft gegeven.
De financieringsbronnen vormen samen met je investeringen en beschikbare geldmiddelen de basis van de openingsbalans.
Stap 5: bouw een realistische verkoopprognose
Je omzetprognose is meestal de belangrijkste én meest onzekere aanname. Bouw ze van onder naar boven op:
Omzet = verkoopvolume × gemiddelde verkoopprijs exclusief btw
Voorbeelden:
consultant: factureerbare uren × uurtarief;
webshop: aantal bestellingen × gemiddelde bestelwaarde;
restaurant: aantal klanten × gemiddelde besteding;
abonnement: aantal actieve klanten × maandprijs;
aannemer: aantal projecten × gemiddelde projectwaarde.
Begin niet bij de omzet die je graag wilt behalen. Bereken hoeveel klanten of verkopen haalbaar zijn op basis van je bereik, conversie, capaciteit, planning en eventuele bestaande aanvragen.
Hou rekening met:
een geleidelijke opstart;
seizoensinvloeden;
vakantie en ziekte;
maximale productie- of dienstencapaciteit;
terugkerende versus eenmalige omzet;
kortingen, retouren en annuleringen;
betaaltermijnen;
prijzen exclusief btw.
In de uitgebreide gids over een verkoopvoorspelling maken lees je hoe je de volumes onderbouwt met marktdata en verkooplogica.
Stap 6: bepaal je verkoopprijs en brutomarge
Een hoge omzet heeft weinig waarde wanneer je per verkoop onvoldoende overhoudt. Bereken daarom naast de prijs ook de variabele kosten en contributiemarge.
Contributiemarge per verkoop = verkoopprijs exclusief btw − variabele kosten per verkoop
Variabele kosten zijn bijvoorbeeld inkoop, grondstoffen, verpakking, verzending, platformcommissies en transactiekosten. De contributiemarge moet vervolgens je vaste kosten en gewenste winst helpen dekken.
Voor diensten moet je rekening houden met het realistische aantal factureerbare uren. Administratie, verkoop, voorbereiding, opleiding en vakantie zijn doorgaans niet factureerbaar.
Gebruik de formules en voorbeelden uit de gids verkoopprijs bepalen voor een product of dienst om winstopslag, gewenste marge, btw en break-even correct te berekenen.
Stap 7: breng alle kosten in kaart
Verdeel je kosten in variabele kosten, vaste bedrijfskosten, personeelskosten, financieringskosten en afschrijvingen.
Variabele kosten
Deze kosten stijgen mee met het verkoopvolume:
inkoop of grondstoffen;
rechtstreekse productiekosten;
verpakking en verzending;
betaal- en platformkosten;
commissies;
retouren en garanties;
onderaannemers per opdracht.
Vaste kosten
Deze kosten blijven op korte termijn grotendeels gelijk:
huur en nutsvoorzieningen;
software en abonnementen;
boekhouding en verzekeringen;
telefonie en internet;
marketing;
voertuigkosten;
opleidingen;
kantoor- en administratiekosten.
Personeel en vergoeding van de ondernemer
Neem niet alleen brutolonen op. Hou ook rekening met werkgeversbijdragen, vakantiegeld, eindejaarspremie, verzekeringen en andere personeelskosten. Voorzie eveneens hoe je jezelf als ondernemer vergoedt en controleer met je boekhouder hoe dit boekhoudkundig en fiscaal wordt verwerkt.
Afschrijvingen en financieringskosten
Afschrijvingen verdelen de kost van een investering over meerdere jaren. De kapitaalaflossing van een lening is daarentegen geen kost in de resultatenrekening, maar wel een cashuitgave. De rente is doorgaans wel een financiële kost.
Dat verschil is een van de redenen waarom je resultatenrekening en cashflowplanning allebei nodig hebt.
Stap 8: stel de resultatenrekening op
De geprojecteerde resultatenrekening toont of je onderneming over een periode winst of verlies maakt.
Een eenvoudige structuur is:
| Onderdeel | Berekening |
|---|---|
| Omzet | verkoopvolume × verkoopprijs excl. btw |
| − Handelsgoederen en variabele kosten | rechtstreekse kosten van de verkopen |
| = Brutomarge | omzet − variabele kosten |
| − Vaste bedrijfskosten | huur, software, marketing, advies enz. |
| − Personeelskosten | lonen en werkgeverskosten |
| − Afschrijvingen | gespreide kost van investeringen |
| = Bedrijfsresultaat | resultaat uit de normale activiteit |
| − Financiële kosten | onder meer rente |
| = Resultaat vóór belastingen | winst of verlies vóór belasting |
| − Geraamde belastingen | indien van toepassing |
| = Resultaat na belastingen | uiteindelijke geprojecteerde winst of verlies |
De resultatenrekening gaat over economische opbrengsten en kosten. Ze toont niet noodzakelijk wanneer geld werkelijk wordt ontvangen of betaald.
Stap 9: maak een cashflowplanning
De cashflowplanning toont per maand hoeveel geld binnenkomt en buitengaat. Dit is niet hetzelfde als winst.
Een onderneming kan winst maken en toch onvoldoende cash hebben. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer:
klanten pas na 30 of 60 dagen betalen;
voorraad vooraf moet worden aangekocht;
btw moet worden doorgestort;
investeringen onmiddellijk worden betaald;
een lening maandelijks wordt afgelost;
belastingen later in één groter bedrag volgen.
Een vereenvoudigde formule is:
Eindsaldo bank = beginsaldo + cashontvangsten − cashuitgaven
Neem minstens deze geldstromen op:
betalingen van klanten;
leveranciers en bedrijfskosten;
lonen en sociale lasten;
btw-betalingen of -teruggaven;
investeringen;
ontvangen leningen en eigen inbreng;
rente en kapitaalaflossingen;
belastingen;
privéopnames of vergoedingen waar relevant.
Controleer iedere maand of het eindsaldo positief blijft. Is dat niet zo, dan heb je aanvullende financiering nodig of moet je de timing van investeringen, kosten of betalingen aanpassen.
Stap 10: bouw de openingsbalans en geprojecteerde balans
De balans is een momentopname van wat de onderneming bezit en hoe dat is gefinancierd.
Aan de activazijde staan bijvoorbeeld:
investeringen na afschrijvingen;
voorraad;
handelsvorderingen;
btw-vorderingen;
beschikbare geldmiddelen.
Aan de passivazijde staan onder meer:
eigen vermogen;
overgedragen winst of verlies;
bankleningen;
schulden aan leveranciers;
belastingen en btw-schulden;
andere kortlopende schulden.
De balans moet altijd in evenwicht zijn:
Totaal activa = totaal passiva
Een verschil betekent meestal dat een geldstroom, resultaatboeking of financiering ontbreekt. Los een verschil nooit op met een willekeurige sluitpost: zoek waar de koppeling fout loopt.
Voorbeeld van de samenhang in een financieel plan
Stel dat een starter €20.000 eigen middelen inbrengt en €30.000 leent. Daarmee koopt de onderneming voor €35.000 materiaal en houdt ze €15.000 als initiële geldbuffer aan.
De onderneming verwacht in het eerste jaar:
€120.000 omzet exclusief btw;
€42.000 variabele kosten;
€48.000 vaste en personeelskosten;
€7.000 afschrijvingen;
€2.000 rente.
De vereenvoudigde resultatenrekening wordt:
| Onderdeel | Bedrag |
|---|---|
| Omzet | €120.000 |
| Variabele kosten | − €42.000 |
| Brutomarge | €78.000 |
| Vaste en personeelskosten | − €48.000 |
| Afschrijvingen | − €7.000 |
| Bedrijfsresultaat | €23.000 |
| Rente | − €2.000 |
| Resultaat vóór belastingen | €21.000 |
Dat positieve resultaat betekent niet dat er automatisch €21.000 extra op de bank staat. De onderneming kan bijvoorbeeld nog klantenvorderingen hebben, voorraad aankopen of leningkapitaal aflossen. De cashflowplanning vertaalt dezelfde activiteit naar werkelijke ontvangsten en betalingen. De balans toont vervolgens wat op een bepaalde datum nog aanwezig of verschuldigd is.
Deze drie overzichten moeten dus logisch op elkaar aansluiten:
het resultaat beïnvloedt het eigen vermogen;
openstaande verkoopfacturen komen als handelsvorderingen op de balans;
de aflossing verlaagt de bankschuld en de cash, maar niet de winst;
afschrijvingen verlagen het resultaat en de boekwaarde, maar veroorzaken op dat moment geen betaling.
Onderbouw de hypotheses van je financieel plan
Een financieel plan is altijd gebaseerd op aannames. Dat is niet verkeerd, zolang je ze duidelijk maakt en onderbouwt.
Documenteer minstens:
verkoopprijs per product of dienst;
verwacht aantal verkopen of factureerbare uren;
maandelijkse groei;
brutomarge of variabele kost per verkoop;
personeelsplanning;
marketingbudget;
betaaltermijnen van klanten en leveranciers;
investeringsbedragen en afschrijvingstermijnen;
voorwaarden van leningen;
btw-behandeling;
seizoensinvloeden;
bronnen van markt- en prijsinformatie.
Gebruik waar mogelijk concrete gegevens: offertes, huurvoorstellen, leveranciersprijzen, bestaande bestellingen, testverkopen, klanteninterviews en vergelijkbare marktprijzen. Hoe beter de aannames traceerbaar zijn, hoe geloofwaardiger het plan.
Test minstens drie scenario’s
Eén prognose geeft een vals gevoel van zekerheid. Test daarom minstens een voorzichtig, realistisch en gunstig scenario.
| Aanname | Voorzichtig | Realistisch | Gunstig |
|---|---|---|---|
| Verkoopvolume | 70% van basis | 100% van basis | 120% van basis |
| Gemiddelde verkoopprijs | iets lager | geplande prijs | geplande of hogere prijs |
| Variabele kosten | hoger | verwacht | lager door schaalvoordeel |
| Betaaltermijn klanten | trager | normaal | sneller |
| Start personeel | eerder nodig | volgens planning | later nodig |
Deze percentages zijn illustratief. Kies scenario’s die passen bij je onderneming.
Controleer per scenario:
het laagste banksaldo;
de maand waarin je break-even draait;
de totale financieringsbehoefte;
de mogelijkheid om rente en aflossingen te betalen;
de invloed van lagere omzet of hogere kosten;
het resterende eigen vermogen.
Een sterk plan toont niet dat er niets fout kan gaan. Het laat zien welke risico’s bestaan en welke buffer of maatregel je voorziet.
Hoeveel startkapitaal of aanvangsvermogen heb je nodig?
Eén prognose geeft een vals gevoel van zekerheid. Test daarom minstens een voorzichtig, realistisch en gunstig scenario.
| Aanname | Voorzichtig | Realistisch | Gunstig |
|---|---|---|---|
| Verkoopvolume | 70% van basis | 100% van basis | 120% van basis |
| Gemiddelde verkoopprijs | iets lager | geplande prijs | geplande of hogere prijs |
| Variabele kosten | hoger | verwacht | lager door schaalvoordeel |
| Betaaltermijn klanten | trager | normaal | sneller |
| Start personeel | eerder nodig | volgens planning | later nodig |
Deze percentages zijn illustratief. Kies scenario’s die passen bij je onderneming.
Controleer per scenario:
het laagste banksaldo;
de maand waarin je break-even draait;
de totale financieringsbehoefte;
de mogelijkheid om rente en aflossingen te betalen;
de invloed van lagere omzet of hogere kosten;
het resterende eigen vermogen.
Een sterk plan toont niet dat er niets fout kan gaan. Het laat zien welke risico’s bestaan en welke buffer of maatregel je voorziet.
Veelgemaakte fouten bij zelf een financieel plan opstellen
Omzet vanuit een gewenst inkomen berekenen
“Ik wil €5.000 per maand verdienen, dus plan ik €60.000 omzet” is geen verkoopprognose. Vertrek van klanten, volumes, capaciteit en prijzen.
Btw als omzet of kost behandelen
Plan omzet en operationele kosten in principe exclusief btw wanneer de btw aftrekbaar en verschuldigd is. Verwerk de btw-bewegingen wel in de cashflow en balans.
Winst en cash verwarren
Afschrijvingen, investeringen, voorraad, klantenvorderingen en leningaflossingen zorgen ervoor dat winst en banksaldo anders evolueren.
Alleen een jaaroverzicht maken
Een jaarlijks positief saldo kan een ernstig tekort in een specifieke maand verbergen. Werk minstens de eerste jaren maandelijks uit.
Kosten vergeten of te laag ramen
Denk aan verzekeringen, sociale bijdragen, transactiekosten, onderhoud, advies, marketing, niet-factureerbare uren, retouren en prijsstijgingen.
Onvoldoende geld voor de opstart voorzien
Investeringen financieren is niet genoeg. Je hebt ook werkkapitaal nodig om de periode tussen uitgaven en klantbetalingen te overbruggen.
Leningaflossingen verkeerd verwerken
Rente is een kost. De terugbetaling van het geleende kapitaal is geen kost in de resultatenrekening, maar wel een cashuitgave en een vermindering van de schuld op de balans.
Geen toelichting bij hypotheses schrijven
Een mooi Excel-bestand zonder uitleg is moeilijk te beoordelen. Noteer waarom je aannames realistisch zijn en waar de bedragen vandaan komen.
Geen tegenvallend scenario testen
Als je plan alleen werkt wanneer alles perfect loopt, is het plan te kwetsbaar. Test minstens lagere omzet, hogere kosten en tragere betalingen.
Zelf maken met een template of laten opstellen?
Beide keuzes kunnen goed zijn. De beste optie hangt af van je kennis, beschikbare tijd, complexiteit en het doel van het plan.
| Zelf maken met een template | Professioneel laten opstellen |
|---|---|
| Lagere kost | Minder eigen uitzoekwerk |
| Volledig inzicht in je eigen aannames | Externe kritische controle |
| Zelf scenario’s en aanpassingen uitvoeren | Geschikt voor complexere structuren |
| Vereist tijd en financiële basiskennis | Ondersteuning bij samenhang en onderbouwing |
| Jij controleert alle formules en koppelingen | Persoonlijke toelichting en begeleiding mogelijk |
Wil je zelfstandig aan de slag, dan biedt het financieel plansjabloon met voorbeeld voor België een vaste structuur voor je prognoses.
Heb je een plan nodig voor de notaris, bank of investeerder en wil je dat de cijfers samen met jou worden opgebouwd en gecontroleerd? Bekijk dan de mogelijkheden om een financieel plan te laten opstellen.
Wil je eerst de kosten van de verschillende opties vergelijken? Lees dan wat een financieel plan kost.
Veelgestelde vragen over zelf een financieel plan maken
Kan ik zelf een financieel plan maken voor de notaris?
Ja. De wet verplicht je niet om het plan door een accountant of financieel adviseur te laten opstellen. Het plan moet wel volledig, coherent en voldoende onderbouwd zijn. De oprichters blijven verantwoordelijk voor de gebruikte informatie en aannames.
Hoe maak je een financieel plan in Excel?
Werk met afzonderlijke maar gekoppelde tabbladen voor hypotheses, investeringen, financiering, omzet, kosten, resultatenrekening, cashflow en balans. Zorg dat je bedragen slechts één keer als aanname invoert en via formules laat doorstromen. Zo voorkom je tegenstrijdige cijfers.
Hoeveel jaar moet een financieel plan bevatten?
Voor de oprichting van een Belgische BV moet het plan minstens de eerste twee jaar bestrijken. Voor een lening of interne planning wordt vaak met drie tot vijf jaar gewerkt. Werk de eerste periode bij voorkeur per maand uit.
Wat moet in een financieel plan voor een BV staan?
Minstens een beschrijving van de activiteit, financieringsbronnen, openingsbalans, geprojecteerde balansen na twaalf en vierentwintig maanden, geprojecteerde resultatenrekeningen, een begroting van inkomsten en uitgaven voor minstens twee jaar en een toelichting bij de omzet- en rendabiliteitshypotheses. Vermeld ook de externe deskundige als die heeft geholpen.
Is een financieel plan verplicht voor een eenmanszaak?
Nee, niet als wettelijke oprichtingsvoorwaarde. Het kan wel gevraagd worden voor een lening en blijft nuttig om winstgevendheid, cashflow en financieringsbehoefte te beoordelen.
Wat is het verschil tussen een financieel plan en een businessplan?
Een businessplan beschrijft onder meer je strategie, markt, doelgroep, positionering en organisatie. Een financieel plan vertaalt die keuzes naar investeringen, omzet, kosten, cashflow en balans. Voor een financieringsaanvraag worden beide vaak gecombineerd.
Wat is het verschil tussen een resultatenrekening en cashflowplanning?
De resultatenrekening toont opbrengsten en kosten in een periode. De cashflowplanning toont wanneer geld werkelijk binnenkomt en buitengaat. Investeringen en kapitaalaflossingen hebben bijvoorbeeld direct invloed op je cash, maar worden niet op dezelfde manier als kost verwerkt in de resultatenrekening.
Moet een financieel plan altijd winst tonen?
Nee. Een opstartverlies kan realistisch en verdedigbaar zijn. Belangrijker is dat je uitlegt waardoor het verlies ontstaat, hoe het wordt gefinancierd en wanneer het bedrijfsmodel naar verwachting rendabel wordt.
Hoe vaak moet je een financieel plan aanpassen?
Het wettelijke oprichtingsplan blijft het document dat bij de start aan de notaris is overhandigd. Voor intern gebruik maak je daarnaast een actuele prognose die je bijvoorbeeld ieder kwartaal bijwerkt op basis van werkelijke omzet, kosten en nieuwe beslissingen.
Welke cijfers controleert een bank in een financieel plan?
Een bank kijkt onder meer naar je eigen inbreng, terugbetalingscapaciteit, cashflow, financieringsstructuur, aannames, buffers en de verhouding tussen schuld en eigen middelen. De precieze beoordeling verschilt per kredietverstrekker en dossier.
Conclusie: een financieel plan is meer dan een verplicht document
Zelf een financieel plan maken is haalbaar wanneer je systematisch werkt en begrijpt hoe omzet, kosten, resultaat, cashflow en balans elkaar beïnvloeden. Begin bij je bedrijfsmodel, onderbouw iedere belangrijke aanname en controleer niet alleen het verwachte resultaat, maar vooral de financieringsbehoefte en het laagste banksaldo.
Voor een BV moet het plan bovendien aantonen dat het aanvangsvermogen past bij de geplande activiteit gedurende minstens twee jaar. Neem die oefening serieus: een realistisch plan helpt niet alleen bij de notaris of bank, maar voorkomt dat je onderneming start met te weinig financiële ruimte.
Wil je zelf rekenen, gebruik dan een model waarin alle overzichten correct aan elkaar gekoppeld zijn. Wil je begeleiding bij de aannames, controles en financiële structuur, dan kan On The Rise het volledige plan samen met jou uitwerken.
il je zeker zijn dat jouw financieel plan correct, realistisch en overtuigend is én voldoet aan alle wettelijke verplichtingen? Dan begeleiden we je bij On The Rise graag stap voor stap!
Over de auteur
Milan Balemans is financieel planner en oprichter van On The Rise. Hij helpt starters en ondernemers met financiële plannen voor vennootschapsoprichtingen, leningen en financieringsaanvragen. Vanuit On The Rise werkte hij al aan meer dan 190 financiële plannen voor ondernemers in België en Nederland.

